kookboek.jpg
Leylijnen op Verhildersum door Job Tielrooy als Jane Leusink Print

Job Tielrooy vertelde wat over leijlijnen op Verhildersum. Ik schreef het op, hij verbeterde mijn tekst en maakte er meteen maar zijn tekst van. Die volgt hieronder: Job kruipt daarbij in mijn huid. Let op! Over de leijlijnen op Verhildersum gaat de tweede helft van Jobs stuk.

Op het terras van de borg kwam ik Job Tielrooy tegen, een biologische kweker die vroeger veel groente en kruiden aan de keuken van Dick Soek, de kok van het van het schathoes geleverd had; hij kwam een paar kistjes morellen- zure kersen –brengen. Volgens Job waren ze bijna  zo zoet als gewone kersen  want ze hadden kunnen afrijpen .”Er waren dit jaar geen spreeuwen die ze anders al lang opgegeten zouden hebben”.

Job zei: “Wist je dat er hier een paar prachtige leylijnen lopen?” Ik wist niet wat leylijnen waren laat staan dat ik wist waar die dingen liepen.

Leylijnen bleken lijnen te zijn waar mensen al heel lang hun heiligdommen op plaatsen. In 1925 schreef Alfred Watkins, een Engelse zakenman en amateurarcheoloog een boek over dit verschijnsel; hij had namelijk ontdekt dat het vaak voorkomt dat “heilige” plaatsen als kerken, kloosters, tempels, heilige bronnen, menhirs, hunebedden, kastelen vaak keurig op een lijn liggen. Hij deed zijn waarnemingen te paard. Met een  stafkaart in de hand was het verschijnsel ook prima aan te tonen en tegenwoordig zijn er leyhunters die dan ook als volgt te werk gaan:

Men neme een stafkaart, zoeke daarop een oude kerk of een van de andere bovengenoemde heilige plaatsen op, legge een liniaal over deze plek en kijke wat men tegenkomt als men het liniaal langzaam over de kaart draait. Raakt de liniaal meer dan 4 of 5 van bovengenoemde plaatsen, dan heb je met een leylijn te maken.

Mensen plaatsen hun heiligdommen niet op een leylijn omdat ze dan zo mooi op een rijtje liggen, maar op deze lijnen is iets voelbaar wat mensen  overal in de wereld“noodzakelijk”vinden bij hun godsdienst oefeningen –vandaar de kerken, kloosters, tempels en hunebedden’

Ook vee loopt en rust graag op een dergelijke lijn vandaar dat drijfwegen- in het Groningse gebied vaak met de naam laan, laanweg, lage weg of lege weg of een weg met  een naam waarin koe, kalf of os voorkomt bijna altijd op een leylijn liggen; en dat geldt zelfs voor de Kalverstraat in Amsterdam.

De kracht die de bovengenoemde koeien zo prettig vinden is ook heel gemakkelijk met een wichelroede aan te tonen.

Maar nu terug naar de Borg.

Een leylijn koopt midden over de oprijlaan en gaat via de grote voordeur midden door de borg heen en komt er aan de achterkant weer uit.

Een andere lijn komt uit het zuiden, gaat via het middelste kelderraampje naar binnen en komt er aan de noordkant weer uit.

Midden in de borg is dan een kruising van leylijnen en dat noemt men een leycentrum; was de Borg een kerk geweest, dan had hier het althaar gestaan.

Een ander leycentrum ligt in het perkje met de agave op de oprijlaan. De lijn die hier de lijn van de oprijlaan kruist   komt via de kleine achterdeur van het schathoes binnen en gaat er via de kleine voordeur weer uit , gaat door het perkje en gaat via de grote voordeur het koetshuis weer binnen.          

 

Het  Noord Groningse  landschap is een eldorado voor leyhunters. Het is dun bevolkt, de dorpen zijn nog steeds klein, op bijna elke terp staat een oude kerk en de noordelijke dorpen hebben vaak een of meer drijfwegen naar de polders – het vroegere ingedijkte wad.

Ook de boeren hebben zeker tot 1850 gebruik gemaakt van de leyijnen en leycentra bij het plaatsen van hun boerderijen.

Net als bij de borg gaat een leylijn door de grote voordeur naar binnen, loopt door het voorhuis en loopt verder over de koegang om dan door een van de achterdeuren de schuur te verlaten.

Is er een kruisende lijn, dan gaat hij vaak door een zijdeur van het woonhuis, en loopt door het karnhok of de kelder, waar ook het leycentrum te vinden is. Dit zou er op kunnen wijzen dat de “oude” boeren een conserverende werking toekenden aan leylijnen, en dat wordt weer bevestigd bij de oude kerken; de grootste( duurste) grafstenen op  het kerkhof en in  de kerk liggen …….op een leylijn –de ingang van de grafkelder van de Oranjes in de kerk in Delft ligt op een leycentrum.

In het Groningse landschap is het net van leylijnen prachtig te herkennen door de leycentra- waar boerderijen, kerken en wegkruisingen op te vinden zijn. Fantastisch dat in dit  door de mens gemaakte landschap de oerkrachten die zo sterk de mens en zijn dieren beïnvloeden  zo goed te zien zijn. De borg in Leens is hier geen uitzondering op.

 

algemene voorwaarden | colofon | pagina printen