| Terra Madre en het excuus om naar Italië te gaan. 29-10-2006 |
|
|
Zondag arriveren we om 18.00uur in Grignasco bij het huis van Ermano. Hij heeft de hele dag op ons zitten wachten en gooit ons bij binnenkomst direct in zijn wagen om de berg Boca op te rijden: het jaarlijks terugkerend partizanenfeest staat op het punt van eindigen en hij wil het staartje nog mee pikken. Dus met een noodgang de berg op, ergens boven aan de top uit de auto en in een draf het bos in. Na twaalf uur autorijden heb ik een paar verstijfde benen en moeite om die ouwe (van 82) bij te houden. Vertwijfeld kijk ik naar zoon Joris die met een rode kop achter Ermano aanrent. Na een minuut of vijfentwintig komen we in het diepe bos bij de medestrijders. Er rest ons nog wat wijn, nog wat salami, wat dronken partizanen en opgeschoten jeugd. Maar Ermano is er in ieder geval geweest. Het bos is vergeven van kastanjebomen en paddestoelen. Na een barre tocht terug maakt Ermano’s vrouw Luigina wat te eten voor ons en kunnen we bijkomen. Ermano vraagt naar het programma. We besluiten de volgende dag naar Alagna te gaan. ‘Op voedseljacht’ noem ik het maar. De weg naar Alagna is lang en loopt op 1600 meter dood aan de voet van de Monta Rosa, een gigant van een alp en volgens Ermano 4440 meter hoog. Boeren in de omgeving hoeden hier hun kleine kuddes met verschillende soorten dieren. Ze leven op hoog gelegen stukken weide. Die weiden hebben een kruidige voedingsbodem. Met Ermano spreek ik af dat we een aantal jonge kazen in de druivenmost leggen en die bewaren tot het kerstdiner in het Schathoes. Verder vraag om de boter van Bruno die gewoon gruwelijk lekker is. (Ooit stelde ik Bruno de domme vraag of zijn boter wel biologisch is, hij antwoordde dat het wel erg veel werk zou zijn om al die kunstmest en al dat voer de bergen op te sjouwen. Boven in de bergen moet men zich behelpen, het leven is er hard, ook voor de dieren, maar er wordt niet gemanipuleerd en het zijn de sterke dieren die overleven). Bij trattoria Tietro lunchen we (voor het eerst weer sinds een jaar in een Italiaans restaurant!). Ermano roept direct dat ik een kok uit Nederland ben en dat ik wel vijf koks in de keuken heb staan. Waarop iedereen ons met diep ontzag bekijkt, hier staat immers alleen de vrouw in de keuken. Haar vriendin in joggingbroek doet de bediening. Maar er zit wel 30 man te eten . We krijgen een anti-pasta van eerste klas kwaliteit. Ik begin direct te mijmeren over waarom dit niet in Nederland bestaat en over waarom het bij ons zoveel kost als het al bestaat (vanwege de vijf koks natuurlijk). Het eten is hier zo vreselijk simpel, maar zo goed. Een lasagna als tussengerecht, een reestoof in het hoofd en tot slot de lekkerste gorgonzola sinds een jaar. Koffie met grappa na. Het kan niet meer stuk. Waarom krijg ik hier mijn inspiratie en bij de meeste topzaken niet? Niets lijkt op wat we in Nederland doen, toch is alles heel herkenbaar. Gek. Dick |

